Overslaan en naar de inhoud gaan

Herziene richtlijn Pleegzorg sluit aan bij veeleisend vak

Nieuws
Twee kinderen in speeltuin

Ellen Schep en Daniëlle van de Koot zijn vanuit de Christelijke Hogeschool Ede nauw betrokken geweest bij de herziening van de richtlijn Pleegzorg. Beiden maken als onderzoeker en als associate lector deel uit van het associate lectoraat Pleeg- en gezinshuiszorg. Zij blikken terug op het herzieningsproces van de richtlijn Pleegzorg.

Wat is je opgevallen tijdens het herzieningsproces?

Ellen: 'Tijdens het herzieningsproces vond ik het heel mooi dat je vanuit allerlei functies de invalshoeken bij thema’s van de richtlijn doordenkt. Vanuit ervaringsdeskundigheid (pleegkind, ouder, pleegouder), gedragswetenschappers, pleegzorgbegeleiding en de beroepsverenigingen. Dat is heel waardevol. Je hebt zo een richtlijn die echt richting geeft voor het werken in de pleegzorg.

Werken in de pleegzorg is ingewikkeld en complex. Je bent een professional in je eentje, maar je neemt al die verschillende invalshoeken wel mee wanneer je je handelen vormgeeft vanuit de richtlijnen. In het hele proces van de herziening neem je al die invalshoeken al mee. Dat voelt zorgvuldig, want het is echt een ingewikkeld vak om pleeggezinnen, pleegkindere ouders en pleegouders goed te kunnen begeleiden met alles dat daarbij komt kijken. Dit vak is zo veeleisend, dat het noodzakelijk is dat de richtlijnen er zijn. Ze bieden een soort van basis waarmee je kunt werken en die die richting geeft.'

Daniëlle: 'Een pleegzorgbegeleider wordt ook wel eens een schaap met vijf poten genoemd. Voor professionals geldt dat ze veel tegelijk moeten doen, op veel moeten letten, in zowel het (pleeg)familiesysteem als het web aan professionals eromheen. Zoals Ellen zei, je zit als werker vaak in complexe situaties en draagt een grote verantwoordelijkheid. Je hoeft uiteraard niet alles zelf te doen of te weten, soms ook beter van niet, maar je moet wel goed de weg weten, zodat je ook kunt doorverwijzen. 

Ik denk dat het heel goed is dat er een richtlijn is, omdat je als kind in Nederland, waar je ook woont, je rechten hetzelfde zijn. Bij een herziening proberen we met een frisse blik te kijken. Hoe is de richtlijn ervaren door iedereen die ermee te maken heeft, van professionals tot ouders, kinderen en pleegouders? Worden kinderrechten voldoende nageleefd in onze praktijken? En welke nieuwe kennis uit onderzoek moeten we toevoegen, wat we eerder nog niet wisten? 

Het gaat steeds om voortschrijdend inzicht. Wat werkt goed in de praktijk en, op basis van praktijkervaringen: waar moeten we wat bijsturen? Kortom: doen we het goed voor kinderen, ouders en pleeggezinnen en hoe kunnen we ons professioneel handelen verbeteren? Als professionals vinden we kwaliteit van ons handelen belangrijk en willen we blijven leren en verbeteren. Voor kinderen, hun gezinnen en hun pleeggezinnen.

Wij weten ook dat de richtlijn ertoe doet. Op het moment dat het misgaat dat er echt wordt gekeken of je gehandeld hebt volgens de richtlijn. Het bied je dus ook steun. Het is niet alleen belangrijk goed op de hoogte zijn, maar ook dat je hierover in gesprek bent als team. Wat is er veranderd? Hoe staat het nu in de richtlijn? In de nieuwe richtlijn staat bijvoorbeeld dat broertjes en zusjes samen geplaatst moeten worden, omdat dit volgt uit het kinderrechtenverdrag en onderzoek. Je kunt er dan tegen allerlei praktische zaken aanlopen, bijvoorbeeld dat het moeilijk is een plek te vinden of de kinderen verschillende behoeften hebben. Hoe gaan we daarmee om?  En wat als het lastig is of niet lukt, wat doen we dan? Kunnen we oplossingen bedenken? 

Het principe bij richtlijnen is: pas toe of leg uit. Als samenplaatsen echt niet lukt, hoe zorgen we er dan toch voor dat het kind zoveel mogelijk contact heeft met broertjes en zusjes? En hoe houden we rekening met cultuur en religie bij matching? Het gesprek van professionals met elkaar is belangrijk, want te midden van die wensen wil je ook niet dat een kind vervolgens heel lang moet wachten op een plek. Dit soort afwegingen leg je dan uit.'

Wat merk je tijdens zo’n proces over toepassing van de richtlijn in de praktijk?

Daniëlle: 'Overal werken professionals met de richtlijnen. Als er een bijeenkomst is, haken professionals meteen aan. Op onze hogeschool behandelen we de richtlijnen. Het is voor studenten vaak een grote kennisbron. De richtlijn is bovendien van de beroepsverenigingen, dus van professionals zelf. Professionals weten dat hun handelen eraan gespiegeld wordt. Als het misgaat, is de vraag: is er gehandeld conform de richtlijn, of is voldoende beargumenteerd waarom anders gehandeld is?'

Ellen: 'Op mijn werkafdeling bekijken we met alle gedragswetenschappers hoe we de richtlijnen toepassen. In de herzieningswerkgroep hoorden we van de deelnemers dat zij zeiden: dit gaan we meer meenemen in de organisatie en dit gaan we echt uitzetten. Ze vinden de richtlijnen belangrijk voor het handelen.'

Danielle: 'Wat ik mooi vind aan de nieuwe manier waarop de richtlijn wordt weergegeven op de website, is dat al heel snel de link mogelijk is naar de andere richtlijnen. Als je iets wilt weten over gehechtheid, dan klik je door naar die richtlijn. Of als je naar uithuisplaatsing wilt, of kindermishandeling, dan kun je gelijk integraal doorklikken en hoef je ook geen pdf’jes te openen.'

Wat vind je een belangrijke toevoeging in de herziene richtlijn?

Ellen: 'In de relatie met het kind is er nadrukkelijk aandacht stabiliteit in relaties van het kind. Dat was bij de oude richtlijn ook belangrijk, maar daar kon je mogelijk wat meer overheen lezen.'

Daniëlle: 'Dat er goed naar het kind geluisterd wordt, op vaste momenten, maar ook als mindset, tussendoor of waar het mogelijk is. Het is vervolgens voor een professional van belang de wensen van het kind te weten en terug te koppelen aan het kind wat met diens mening gedaan is. Ook is er meer aandacht voor de vitaliteit van pleegouders: hoe houden zij het vol?'

Wat vind je verder een belangrijk aandachtspunt voor pleegzorg?

Ellen: 'Dat we het besef hebben dat kinderen in de jeugdzorg belang hebben bij langdurige relaties. Dat het belangrijk is om met het kind het gesprek aan te gaan. Maar ook in contact te zijn met de ouders en pleegouders.'

Daniëlle: 'Duurzame relaties zijn belangrijk voor de toekomst van kinderen, dat geldt voor familieleden maar ook andere mensen waarmee het kind een band heeft. Relationele stabiliteit, met een duur woord. Mensen die van het kind houden. Daar ligt ook veerkracht verscholen, wat een belangrijk is als je veel hebt meegemaakt. In de nieuwe richtlijn ligt ook meer nadruk op de mogelijkheid om verbonden te blijven met de cultuur of religie van het gezin van herkomst van een kind en de mogelijkheid van netwerkpleegzorg. Het is ook mooi als je als pleegzorgbegeleider of voogd lange periodes met een kind optrekt. Daar hebben we mooie verhalen van gehoord.'

Over Daniëlle en Ellen

Dr. Danielle van de Koot-Dees is associate lector Pleeg- en gezinshuiszorg. Sinds 2012 werkt zij als docent en onderzoeker bij de Christelijke Hogeschool Ede. Ze is coördinator, begeleider en examinator in de onderzoekslijn van de master Contextuele Benadering (MCB) en in de minor Family & Context. Tevens is ze lid van de Examencommissie Sociale Studies. In de periode van 2019-2022 verrichte zij postdoconderzoek naar het omgaan met levensbeschouwelijke en culturele diversiteit in pleegzorg. Ze is voortrekker van de professionele leergemeenschappen (PLG’s) rondom ‘Contextuele benadering van onderwijs’ en ‘Omgaan met culturele en levensbeschouwelijke diversiteit bij uithuisplaatsing’, waarin werkveld, studenten en docent-onderzoekers gezamenlijk onderzoek uitvoeren. 

Dr. Ellen Schep is bij de Christelijke Hogeschool Edewerkzaam binnen het associate lectoraat Pleeg- en gezinshuiszorg. Voor het associate lectoraat Pleeg- en gezinshuiszorg houdt Ellen zich bezig met onderzoek binnen gezinshuizen en pleeggezinnen. Naast haar baan bij de Christelijke Hogeschool Ede werkt Ellen als gedragswetenschapper Gezinshuizen bij het Leger des Heils regio midden Nederland.

Meer informatie

Over de herzieningswerkgroep

De herzieningswerkgroep van de richtlijn Pleegzorg bestond uit een mix van praktijkprofessionals, wetenschappers en ervaringsdeskundigen, waaronder (pleeg)ouders en jongeren. Deze diverse groep, bijeengebracht door het NJi in samenwerking met beroepsverenigingen, heeft de richtlijn getoetst en geactualiseerd om in te spelen op ontwikkelingen zoals relationele stabiliteit, gedeeld opvoederschap, de stem van het kind, en aandacht voor culturele en religieuze achtergronden. 

Naar de richtlijn Pleegzorg

Meer nieuws

Vernieuwde website heeft andere opbouw richtlijnen

Sinds mei 2025 is de vernieuwde website van Richtlijnen Jeugdhulp en Jeugdbescherming live. De richtlijnen zijn niet meer als pdf…
Lees meer

Draag bij aan herziening richtlijn Scheiding

In het najaar van 2025 starten we met de herziening van de richtlijn Scheiding. Als voorbereiding op deze herziening zijn we op zoek naar…
Lees meer

Draag jij bij aan herziening van de richtlijn Kindermishandeling?

In het najaar van 2025 starten we met de herziening van de richtlijn Kindermishandeling. Als voorbereiding op deze herziening zijn we op…
Lees meer