'Kinderrechten vormen het fundament van de richtlijn Jeugdhulp met verblijf'
Chris Kuiper was vanaf de start betrokken bij de herziening van de richtlijn Residentiële jeugdhulp, nu Jeugdhulp met verblijf. Eerst als voorzitter van de ontwikkelwerkgroep, later als coauteur. Hij blikt terug op het proces en licht toe waarom deze richtlijn volgens hem zo belangrijk is.
Hoe kijk je terug op het ontwikkelproces van de richtlijn?
Kuiper: ‘In het begin vond ik het ingewikkeld dat er in de jeugdhulp strikte scheidingen zijn tussen kinder- en jeugdpsychiatrie, specialistische ggz en jeugdhulp, terwijl ze allemaal onder dezelfde Jeugdwet vallen. Ik stelde voor om niet langer vanuit die verschillen te denken, maar vanuit de overeenkomsten die er zijn. Want in elke vorm van verblijfshulp draait het om dezelfde vragen:
- Hoe creëer je een veilig pedagogisch klimaat?
- Hoe werk je goed samen met ouders als jongeren problemen ervaren?
Dat uitgangspunt is uiteindelijk mooi in de herziene richtlijn verwerkt. Bovendien hebben we bewust aansluiting gezocht bij residentiële jeugdhulp, gezinshuizen, klinische jeugdpsychiatrie en logeerhuizen. Dit betekende dat het ontwikkelproces wel langer duurde. Er was extra literatuuronderzoek nodig naar alle aanpalende onderwerpen. En ook verbreding van het perspectief. Maar de richtlijn is er wel beter van geworden: rijker en ethisch juister. En dat is belangrijk, want dat verblijf vraagt veel van jongeren. Jongeren kiezen hun groepsgenoten, die ook niet thuis wonen, immers niet zelf. Hoe creëer je dan toch een veilige leefomgeving? De richtlijn biedt daar nu duidelijke handvatten voor. Pleegzorg is buiten deze richtlijn gelaten, omdat pleegzorg al een eigen herziene richtlijn heeft.’
De herziene richtlijn is breder geworden dan de vorige richtlijn. Was dat bewust?
‘Zeker. De herziene richtlijn Jeugdhulp met verblijf is generieker dan de oude richtlijn Residentiële jeugdhulp. Door ervaring, praktijk en wetenschap te combineren, is hij nu toepasbaar op álle vormen van jeugdhulp met verblijf. En daardoor bruikbaarder in de praktijk. We hebben er bewust voor gekozen om geen zorgvorm specifieke tips op te nemen. Wat werkt in een gezinshuis is niet één-op-één toepasbaar in een open voorziening. Dat vraagt van professionals dat zij nu zelf de vertaalslag maken: wat betekent deze richtlijn in mijn context? En dat zij daarover actief in gesprek gaan met jongeren, ouders en collega’s en hun handelen daarop afstemmen.’
Wat is voor jou de kern van deze richtlijn?
‘Twee dingen: kinderrechten staan volledig centraal en ouders blijven altijd ouders. De richtlijn is op kinderrechten gebaseerd. Niet omdat het voorheen niet het geval was, maar omdat we nu bewuster kijken naar de vraag: wanneer is het moreel acceptabel dat een jongere uit huis wordt geplaatst? En als dat gebeurt, blijven ouders een belangrijke rol spelen. Dat is nu veel duidelijker verankerd in de richtlijn.’
Wat betekent dit voor professionals?
‘De richtlijn helpt professionals om steeds te werken vanuit kinderrechten, naast de organisatiekaders. Het scherpt hun blik. En biedt bescherming als juridisch en vakinhoudelijk kader. Die duidelijkheid zorgt voor veiligheid, transparantie en samenwerking. De richtlijn laat zien wat wij in Nederland passend vinden bij opgroeien, wanneer kinderen niet thuis kunnen wonen. Dat biedt houvast in een sector die regelmatig onder negatieve aandacht staat. Professionals mogen gemotiveerd afwijken van een richtlijn – het is geen wet – maar het is wel een gezamenlijk uitgangspunt.’
Welke opdracht hebben organisaties?
‘Susanne Höfte laat in haar proefschrift Het juridisch kader als pedagogische ruimte zien dat de Jeugdwet veel vrijheid geeft. Dat klinkt mooi, maar het zorgt ook voor onzekerheid bij professionals. De sector moet die ruimte dus concreet invullen. Dat kan op twee manieren: met deze richtlijn, en door als organisatie zelf duidelijke kaders te stellen die bescherming kunnen bieden aan professionals: zo doen wij dat hier. Daarmee respecteren ze de richtlijn en is er ruimte voor wat niet in een richtlijn past. Een High & Intensive Careafdeling in de jeugdpsychiatrie werkt nu eenmaal anders dan een logeerhuis. Soms is de context zo specifiek, dat deze niet in de richtlijn staat. Daarom hebben organisaties volgens mij drie plichten:
- De richtlijn accepteren en ondersteunen.
- Ruimte bieden voor implementatie, zoals scholing en intervisie.
- Context specifieke kaders toevoegen waar de richtlijn generiek is.
Het is aan de organisaties om deze vertaalslag maken.’